Het raadsel van de verdwijnende boterkoek

Essay door  Sjoerd J. Veerman, Directeur van de Stichting Groene Hart

Boterkoek

Bij ons thuis hebben we regelmatig boterkoek. Iedereen krijgt een stukje geserveerd bij de koffie, gezellig. Maar de rest van de koek verdwijnt zonder dat iemand er nog wat van krijgt. Ingewijden weten dat iedere keer een klein stukje stiekem wordt opgesnoept. Niemand ziet echter dat het afgesneden puntje opgegeten wordt, maar ondertussen is aan het eind van de dag de hele boterkoek verdwenen….

 

Hét Groene Hart bestaat niet – dat is een veelgehoorde opmerking. De reactie op deze stelling is afhankelijk van de gekozen invalshoek. Voor de investeerder, de boer, de ondernemer is de reactie wellicht nee, voor het rijk, de provincie, de regio wisselend en voor de bewoners en natuurbelevers positief.

Mijn stelling is dat het mooie gebied, de aantrekkelijke ‘binnentuin’ van de Randstad, de open ruimte tussen de grote steden, zeker wel als één geheel bestaat. Een open gebied dat bijzondere aandacht verdient, en dat ook al krijgt sinds de eerste nota Ruimtelijke Ordening(1960). De Randstad met daarbinnen het Groene Hart als ‘contramal’ vormt al decennialang het meest centrale en constante ruimtelijke concept in de nationale ruimtelijke ordening.

We slaan ons als Nederlanders op de borst dat we het land grotendeels zelf gemaakt hebben. Bij ruimtegebrek leggen we water droog, breiden we het land uit in de zee. Geen uitdaging te groot, geen zee te hoog.

Maar wie de achtereenvolgende nota’s voor ruimtelijke ordening naslaat op het formaat van het Groene Hart, ziet dit open gebied steeds kleiner worden. Het rood van de verstedelijking verdringt het groen van gras(land). Het lukt de overheid maar moeilijk om een constant beleid [volgehouden eenheid van handelen ] te voeren en de handen op de rug te houden. Moest er wat gedaan worden, dan zou het als een uitdaging gezien worden, maar juist nu er iets niet moet, valt dat zwaar.

Mede om te voorkomen dat het Groene Hart door het rood zou worden opgeslokt zijn de precieze grenzen van het Groene Hart voor het eerst in 1993 vastgelegd. Ook sindsdien is er aan het gebied geknabbeld. In 2003 werden drie grote polders aan het Groene hart onttrokken, ondermeer de Bloemendaler polder, de polder Rijnenburg en Zuidplaspolder. De ruim zeven kilometer lange HSL-tunnel tussen Hoogmade en Hazerswoude is een opvallend compromis om het Groene Hart zoveel mogelijk open te houden.

De typering ‘Green Heart’ Metropolis komt van een buitenlander, de Engelse planoloog Gerald Burke. Het concept van een Groen Hart tussen de steden betekent in de praktijk een scherpe scheiding tussen stad en land. Dit is ook het denken over een centraal bepaalde ruimtelijke ordening, te noemen als kenmerk voor de Nederlandse planologische traditie. Een traditie waarvan we pas in de 21e eeuw los komen, maar waarvoor nog geen werkend alternatief bestaat.

De Randstad is het gebied waar bijna de helft van de Nederlanders woont. Het zwaartepunt van werkgelegenheid en economische ontwikkeling ligt industrieel in het Havengebied en verder, het centrum van Het Groene Hart. Het is de tegenhanger van de Randstad, symbool van openruimte beleid.

Onder invloed van de toenemende mobiliteit is de stedelijke druk op dit veenweidegebied sterk toegenomen. Op dat moment begint de boterkoeksaga.

Het Groene Hart is gaan lijken op mijn boterkoek. Niemand wil het Groene Hart verstenen en verkleinen, ieder onderschrijft het groene beleid – maar iedere gemeente wil nog één klein stukje (afrondende) woningbouw . Reden voor de provincies om een restrictief beleid te formuleren, waarbij gemeenten uitsluitend nog voor eigen inwoners mogen bouwen.

Kwaliteit
Centrale vraag bij elke kwestie is “kwaliteit”. Elke ingreep, aanpassing of verandering beïnvloedt die fysieke kwaliteit.
Is kwaliteit de weidse ruimte , de wolkenlucht boven vlak en boomloos land, de strakke verkaveling, de stroken weiland, de boerderijen die er al eeuwen lijken te staan, de knotwilgen, de harmonie van mens en natuur? Of is het economisch rendement de maat voor kwaliteit? Om de fysieke kwaliteit van het Groene Hart bespreekbaar te krijgen is de kwaliteitsatlas ontstaan. Uit de discussie op de website van de kwaliteitsatlas speelt bij alle kleine 40 kwaliteitsopgaven de vraag van welke kwaliteit moet prevaleren.

Een spannende vraag is wie er gaat over fysieke kwaliteit. Een thema waarover overheden en burgers een behoorlijk robbertje kunnen vechten. Binnen het Groene Hart bestaat een baaierd aan burgerinitiatieven die door de bestuurders of overheden ervaren kunnen worden als een aantasting van het primaat van de overheid. Het zijn uitingen van betrokkenheid. Het gaat om ongeveer 500 lokale en regionale groepen met soms duizenden leden (historische verenigingen, milieuclubs, natuurverenigingen, agrarische natuurverenigingen, IVN en KNNV-afdelingen , molenstichtingen, enzovoorts) die zeer veel specifieke kennis bundelen en op constructieve wijze bereid zijn mee te denken over of participeren in beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De kwaliteitsdiscussie leeft.

Was in de vorige eeuw het antwoord van ‘de gekozen democratie beslist; wij weten wat goed voor jullie is’ – dat gaat steeds minder op . Burgers worden steeds kennisbewuster en bewuster van de ontwikkelingen in hun leefomgeving. Ook mede-overheden (rijk en provincie) worden terughoudender met regels en toezicht. Burgers eisen hun invloed op en willen op zijn minst participeren.

Cruciale thema’s
Hoewel het verleden geen garanties biedt voor de toekomst kan uit het verleden wel geduid worden welke thema’s actueel zijn voor de komende jaren. Ik voorzie, voor de komende tien jaar een onverminderde druk op het open polderlandschap. Drie vraagstukken spelen daarbij een belangrijk rol: 1) van leegstand, krimp en omvorming, 2) veranderende agrarische bedrijfsvoering en 3) de waterhuishouding en daarmee samenhangende bodemgesteldheid. In de sessies die over de duiding van deze Groene Hart Monitor 2014 zijn georganiseerd stond het streven naar een ‘mooi en vitaal’ Groene Hart centraal. De top drie van de vraagstukken uit die sessies vertoont sterke overeenkomsten met die van mij: 1) leegstand 2) bodemdaling en 3) gastvrijheidseconomie. De publicatie in wording van het Planbureau voor de Leefomgeving over de veenweiden van het Groene Hart noemt – in iets andere woorden – ook deze aandachtsgebieden.

Om te voorkomen dat de vraagstukken die spelen ook leiden tot onherstelbare schade aan het Nationaal Landschap Groene Hart, is het essentieel dat beleid en plannen die worden ontwikkeld voor het Groene Hart transparant te volgen zijn. Deze zouden ook getoetst moeten worden aan een breed kwaliteitskader: De Kwaliteitsatlas is hiervoor een goed hulpmiddel. Alleen zo krijgt ieder zijn deel van de boterkoek en blijft er nog iets over voor de kinderen van onze kleinkinderen.

 

Het essay is geschreven als bijlage bij de Groene Hart Monitor, rapport van de Stuurgroep Groene-Hart
Lees ook Krimpt of groeit het Groene Hart?


 


1. Dit essay vormt een appendix bij hoofdstuk 3: Een eerste blik op de toekomst en draagt bij aan het doel van dat hoofdstuk: het geven van een eerste aanzet tot gesprek. Het essay verwoord de waarnemingen van de Stichting Groene Hart.
 2. Beperkt houdbaar! De echte problemen van het Groene Hartlezing van Eric Luiten. Rijksadviseur voor Landschap en Water, College van Rijksadviseurs
 3. Referentie van deze webpagina: CBS, PBL, Wageningen UR (2014). Ontwikkeling ruimtegebruik in Nationale Landschappen, 2000 - 2012 (indicator 1513, versie 03, 10 september 2014). Tussen 2000 en 2012 is het totaal aantal woningen in de Nationale Landschappen toegenomen met 63.083, waarvan 8.636 in de periode 2010-2012; dit is een toename van 1% in deze laatste twee jaar en 8% over de periode sinds 2000. Absoluut gezien vond de grootste toename van het aantal woningen plaats in het Nationaal Landschap het Groene Hart (ruim 20.000 woningen). De toename komt vooral voor rekening voor grootschalige nieuwbouwlocaties: Alphen aan den Rijn (3.200 woningen), Woerden (2.400 woningen), Bodegraven-Woerden (1200 woningen. Deze uitbreidingen zijn al langer lopende plannen in uitvoering. Daarnaast zijn er een aantal nieuwbouwwijkjes binnen het bestaande bebouwd gebied (Nieuwkoop, Vianen). Van opvallende omvang zijn de uitbreiding in De Ronde Venen, en nieuwbouw bij Woubrugge en Roelofsarendsveen. Een deel hiervan betreft recreatiewoningen aan het water (Kaag en Braassem).
 4. In de Groene Hart Monitor is openheid als graadmeter voor de ruimtelijke kwaliteit gebruikt. Dit in het verlengde van de Effectmonitor Groene Hart 2009 en 2012.
 5. De www.kwaliteitsatlas.nl is een gezamenlijk project van het Programmabureau Groene Hart en de Stichting Groene Hart.
 6. Bouwen en vertrouwen. Een christelijke visie op de verhouding tussen overheid en burger. J.A. Schipper. De Banier
 7. Het Groene Hart: veengebieden verbeeld verschijnt naar verwachting in juni 2015.

Geplaatst in Geen categorie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*