Kernkwaliteiten Groene Hart

 

Het Groene Hart kent veel kwaliteiten, zoals de karakteristieke weidelandschappen met lintbebouwing en strokenverkaveling, plassen en (veen) rivieren, dijken en kades, de zichtbare rol van het water, rust en dynamiek, dorpen en grote steden, en nog veel meer dan we hier kunnen noemen. Deze vele kwaliteiten zijn samengebald in vier kernkwaliteiten: landschappelijke diversiteit, veenweidekarakter, openheid en rust & stilte.

Landschappelijke diversiteit
Landschappelijk gezien is het Groene Hart het meest divers van de twintig nationale landschappen. De kwaliteitsatlas onderscheidt dertien deelgebieden, op grond van de verschillen in bodem, ontstaansgeschiedenis, het huidige gebruik en de verschijningsvorm. Deze dertien deelgebieden zijn ook de ingang bij de beschrijving van de opgaven per deelgebied. Binnen elk deelgebied is ook weer sprake van diversiteit. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de contrasten tussen droog-nat, hoog-laag, bebouwd-onbebouwd, open-dicht, rust-drukte, groot-klein, en natuur-cultuur. Kleinschalige elementen zoals sloten, boezemwateren, dijken en molens (‘Nederland-waterland’) zorgen voor diversiteit. Maar ook grootschalige structuren, zoals verdedigingslinies, bebouwingslinten en droogmakerijen. En natuurlijk dragen ook de steden en dorpen er aan bij. Diversiteit speelt dus op verschillende schaalniveaus en kent vele vormen.
Landschappelijke diversiteit is een belangrijke belevingswaarde, die mede bepaald wordt door de andere kernkwaliteiten. De verschillende landschappen, met zichtbare contrasten, spreken tot de verbeelding. Bovendien biedt diversiteit de keuze om te recreëren in een rustige of juist een dynamische omgeving

basiskaart_landschapstypen

Veenweidekarakter
De eeuwenoude veenweidegebieden zijn het meest kenmerkend voor het nationaal landschap Groene Hart. Karakteristiek voor de veenweidegebieden zijn de smalle kavels met veel sloten, de kades, dijken, lintdorpen, oude dorpskernen, kronkelende veenriviertjes, openheid, vee, (weide)vogels, met hier en daar rietlanden en moeras. De veengebieden zijn, ook op Europees niveau, cultuurhistorisch zeer waardevol: het zijn de best bewaarde agrarische landschappen. Nog steeds is de landbouw de belangrijkste drager en beheerder van het landschap. De veenweidegebieden hebben bovendien een hoge ecologische waarde (weidevogels).

veendikten1

Openheid
Openheid betekent vooral ’zicht op de horizon’. Hoe open een gebied is, of wordt ervaren hangt niet alleen samen met maat en schaal, maar ook met de randen van het gebied. Hoge gebouwen, windmolens, maar ook boselementen kunnen het gevoel van openheid snel aantasten. Openheid is een dus kwetsbare kernkwaliteit. Openheid is bovendien een ‘schaars goed’ in de volle Randstad. Het handhaven van de openheid in grote delen van het Groene Hart betekent tevens het respecteren van de cultuurhistorische waarde van die gebieden.

Landschappelijke openheid Groene Hart donker groen zeer open_1ruimtelijke_kwaliteit_groot

Rust en stilte
De kernkwaliteit ‘rust en stilte’ is een belangrijke waarde van het Groene Hart. Zij is hecht verbonden met de kernkwaliteiten openheid en (veen)weidekarakter. Mensen komen naar het gebied om te ‘onthaasten’. Rust en stilte vormen een belangrijke tegenhanger van het leven in de stad. De lage dynamiek in het oer-Hollandse landschap van het Groene Hart wordt hoog gewaardeerd, en is van groot belang voor een goed en gezond woon- en vestigingsklimaat. ‘Rust en stilte’ is, net als openheid, een kwetsbare kernkwaliteit en een schaars goed in de drukke Randstad.