D66 & GroenLinks: Grondwaterpeil veenweidegebieden moet omhoog

GroenLinks en D66 willen dat de waterpeilen in veengebieden omhoog gaan. Voor melkveehouderijen wordt het grondwaterpeil kunstmatig laag gehouden. Daardoor klinkt de grond in en komt 7 megaton CO2 vrij. Dat is 4% van onze broeikasgassen in Nederland. De partijen dienen daarom gezamenlijk twee initiatiefnota’s in met 62 voorstellen om Nederland voor te bereiden op klimaatverandering. Zij zijn zeer kritisch op de door boerenbestuurders gedomineerde waterschappen, die een veel te laag grondwaterpeil aanhouden. Volgens De initiatiefnemers moet de regering een Deltaplan Veen maken.

Ook in dorpen en steden rondom veengebieden zijn de problemen van het lage waterpeil goed merkbaar. Zoals in Gouda waar bodemdaling grote schade veroorzaakt aan funderingen, gebouwen en infrastructuur. Gouda zinkt en over een paar jaar klotst het water de kelders binnen. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) berekende dat als we nu niets doen, de schade oploopt tot 22 miljard euro.

GroenLinks-Kamerlid Laura Bromet: “Het veen stoot net zoveel CO2 uit als twee kolencentrales of 2 miljoen auto’s. Door het waterpeil te verhogen daalt die CO2-uitstoot. En het mooie is dat het niet alleen goed is voor het klimaat, maar dat ook weidevogels profiteren van hoge grondwaterstanden, zoals de bedreigde grutto.”

D66-Kamerlid Tjeerd de Groot: “Nederland moet zich klaarmaken voor de toekomst. Een toekomst waarin we mét de natuur werken, in plaats van er tegenin. Als we dat niet doen dreigt het karakteristieke Nederlandse landschap met weides, koeien, vogels en molens verloren te gaan. Geef de gebieden terug aan de natuur en stop met intensieve landbouw in veengebieden.”

Zie voor meer informatie de initiatiefnota klimaatadaptatie en de initiatiefnota veenweide op de site van D66.

bronnen:

Lees verder  Kwaliteitsatlas-Thema Bodemdaling

 


Enkele punten uit de nota:

 

IV COÖRDINATIE VANUIT HET RIJK

Uit alle gesprekken met provincies, gemeenten, verscheidene veenonderzoeksinstanties en de agrarische sector blijkt dat er een groot gebrek aan coördinatie is vanuit het Rijk. …..

Verantwoordelijkheid voor de veenproblematiek

  • De regering belegt de veenproblematiek in het landelijk gebied als eerste bij het ministerie van LNV.
  • De minister van LNV wordt aangewezen als coördinerend bewindspersoon voor de aanpak van de landelijke veenproblematiek. De minister is daarmee verantwoordelijk voor de realisatie van de doelstellingen.

Deltaplan Veen
• De regering maakt een Deltaplan Veen waarin de plannen van het Rijk geformuleerd worden met als doel de bovengenoemde doelstellingen te behalen.
• Het plan wordt geformuleerd samen met de agrarische sector, natuur- en milieuorganisaties, kennisinstellingen en decentrale overheden. Bij het formuleren van de plannen wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de korte en lange termijn; tussen verschillende regio’s; en tussen betrouwbare en onbetrouwbare kennis op het gebied van veen.
• De regering stelt een veencommissie aan om het Deltaplan Veen te formuleren en fungeert daarna als coördinerend orgaan. Aan het hoofd van de veencommissie stelt de regering een veencommissaris aan die alle betrokken partijen verbindt en de gezamenlijke maatschappelijke opgaven en het behalen van de doelstellingen centraal stelt. De veencommissaris is daarmee eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de plannen.
• De veencommissaris heeft oog voor de cultuurhistorische waarde van de veengebieden, bepaalt de maximale mate van ontwatering per gebied en ziet kansen voor energieopwekking. Daarnaast weegt de veencommissaris de belangen af tussen gemeenten, provincies en waterschappen. Op basis daarvan maakt de veencommissaris een evenwichtige taakverdeling tussen de verschillende lokale overheden.
• De regering neemt alle bovenstaande doelstellingen en beslispunten mee in het Deltaplan Veen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*